GidsenTraining

Waarom je trainingsresultaten en je partijresultaten niet overeenkomen

Training stelt een makkelijkere vraag dan een partij. Precies weten waarin ze makkelijker is, vertelt je hoe je het gat dicht.

De klacht

Je hebt getraind. Je cijfers zijn goed. Dan ga je zitten om te spelen, bereikt een positie die je elf keer goed hebt beantwoord, en er komt niets.

Dat is geen teken dat de training waardeloos was. Het is een teken dat training een makkelijkere vraag stelt dan een partij, en het loont te weten welke onderdelen precies makkelijker zijn.

bij training in een partij de positie krijg je aangereikt na 20 zetten de klok stilgezet loopt wat eraan voorafging niets een middenspel als je fout zit hoor je het meteen hoor je het na een uur pogingen onbeperkt één dezelfde positie, gevraagd onder twee verschillende omstandigheden
Training is een makkelijkere toets dan een partij, en dat is prima zolang je het weet en de score niet leest als een voorspelling.

De vijf verschillen

De positie krijg je aangereikt. Bij training verschijnt ze schoon op je scherm, met niets ervoor. In een partij kom je er aan na twintig zetten van je eigen beslissingen, met alle spanning die daarbij hoorde.

Je weet dat het een toets is. Training zet je klaar om iets op te halen. In een partij kondigt niets aan dat dit het moment is waarop je voorbereiding van toepassing is, en vaak merk je niet eens dat het zover is.

De klok verandert wat je geheugen doet. Iets ophalen onder tijdsdruk gaat meetbaar slechter dan iets ophalen in rust. Dat is geen schaakverschijnsel maar een geheugenverschijnsel, en het treft iedereen.

De terugkoppeling is meteen. Fout in training en je hoort het direct, wat op zichzelf al een leermoment is. Fout in een partij en je komt er een uur later achter, veel te laat om er iets aan te hebben.

Je krijgt één poging. Geen tweede gok, geen hintknop, geen morgen nog eens terugkomen.

Wat het gat niet betekent

Het betekent niet dat de training nep is. Gespreid ophalen bouwt echt het vermogen om een zet te produceren, en op dat vermogen teer je in de partij.

Het betekent dat je trainingsscore een plafond is, geen voorspelling. Negentig procent in training kan zeventig in een partij zijn, en dat is normaal. Het getal om in de gaten te houden is of ze allebei stijgen, niet of ze gelijk zijn.

Het gat dichten

Train eerlijk. De meest voorkomende zelf toegebrachte wond. Een positie goed rekenen omdat je er bijna was blaast je score op en leert het schema dat je iets weet wat je niet weet.

Gebruik de hint niet als eerste redmiddel. Een hint maakt van ophalen herkennen, en dat is de makkelijkere vaardigheid en de verkeerde. Over dat onderscheid staat meer in waarom je openingen vergeet.

Train hele lijnen, geen losse posities. Een volledige lijn doorwerken, met wisselende antwoorden van je tegenstander, lijkt veel meer op een partij dan één positie uit haar verband beantwoorden.

Train onder een beetje druk. Antwoord met de snelheid die je aan het bord zou hebben in plaats van er een minuut over na te denken.

Bekijk je eigen partijen terug, niet alleen je repertoire. De posities waarin je voorbereiding in een echte partij faalde zijn de waardevolste die je zult zien. Ze terugbrengen als repertoire-invoer maakt de cirkel rond.

De nuttige herformulering

Training is geen simulatie van een partij en probeert dat ook niet te zijn. Het is een manier om één specifiek vermogen te bouwen, namelijk de juiste zet vanuit een positie produceren, tegen een prijs van een paar minuten per dag.

Al het andere dat de partij beslist, de zenuwen en de klok en de twintig zetten ervoor, bouw je door te spelen. Verwachten dat het trainingsgetal het partijresultaat voorspelt, is een klein stuk gereedschap om een grote klus vragen.

Wil je beide getallen zien, dan houdt Chess Prep Pro een prestatiegeschiedenis bij voor elke positie, zodat de posities die in training falen en de posities die in je partijen falen te vergelijken zijn in plaats van te raden.

  • Training
  • Geheugen
  • Sterker worden